Brussel, Le Louise en Magritte ... 'n interessant trio

In de eerste twee maanden na opening in juni trok de grote Magritte-overzichtstentoonstelling in Brussel maar liefst 100.000 bezoekers. Nou houden wij niet zo van massa’s, dus wachtten we even en dalen we af naar Brussel per comfortabele (maar nog tergend trage) Thalys. En vooruit ... ’t is een uitje, we blijven meteen ook een nachtje slapen in het fraai gerenoveerde Sofitel Le Louise. Brussel, Le Louise en Magritte leverde een geslaagde combinatie op.
Brussel heeft – in tegenstelling tot het dorpse Amsterdam – de allure van een grote stad door de grandeur van enkele grootse monumentale gebouwen, de Europese instituten en pleinen. Brussel straalt op momenten een zekere importantie uit en in sommige wijken raak je geïmponeerd door de Parijse sferen waardoor je je als Nederlander ver in het buitenland waant. Ook het feit dat een groot deel van de Brusselaars hardnekkig Frans blijft spreken helpt bij dat buitenlandgevoel (dus blijf dat vooral doen!). Maar daar staat wel tegenover dat de Belgische hoofdstad op sommige plekken één grote bouwput is zonder heldere structuur. Brusselaars klagen daar zelf ook graag over. Het lijkt alsof gebouwen zonder tussenkomst van een soort schoonheidscommissie gebouwd zijn en het duurt lang voor je de ligging van de verschillende stadswijken in wisselend Nederlandse en Franse benamingen begrijpt. Maar toch ... naast het veel kleinere, maar even zo charmante Luik heeft Brussel een grote (culturele) aantrekkingskracht.
Eerst naar het hotel. De ingang van dit luxueuze Sofitel Brussels Le Louise is niet erg opvallend, maar eenmaal binnen imponeert de entree meteen.

Gasten gaan eerst via een lange roltrap (met daarboven een enorme kroonluchter) naar boven langs enerzijds een wand die versierd is met oude kantmotieven aan de andere zijde een mat glanzende muur van tadelakt (Marokkaanse stukadoorstechniek). Eenmaal boven is alles hip-modern in de kleuren wit, lila, zilver en zwart. Het hotel werd in 2008 volledig gerenoveerd naar de hoge standaard die Sofitel tegenwoordig hanteert. Het is een toonbeeld van een eigentijdse moderne aanpak. De kamers zijn zeer comfortabel met uitstekende bedden ...

een groot lcd-scherm en royale badkamers met inloopdouche en lekker ruikende flesjes en zeepjes van Hermès. De suite van het hotel bestaat uit meerdere vertrekken en heeft zelfs een aparte relaxruimte waar je op een curieus soort schommelstoel (de AlphaSphere) kunt gaan liggen ...

... waarna je volledig tot rust komt onder de sensatie van intense trillingen en bijbehorende klanken. Op de eerste etage bevindt zich de mondaine Crystal Lounge, een geslaagde combinatie van lounge, bar en restaurant ontsproten aan het creatieve brein van de vermaarde binnenhuisarchitect Antoine Pinto. Chef de cuisine Christophe Vessaire kookt verdienstelijk.
Het hotel ligt uiterst gunstig, bijna op de hoek met de Avenue Louise en de Avenue de la Toison d’Or (Gulden Vlieslaan).

Wie wat geld stuk te slaan heeft, kan direct aan de overkant van het hotel terecht bij beroemde internationale huizen als Gucci, Hermès, Versace, Ralph Lauren, Chanel en Cartier. Maar na een klein wandelingetje langs het Egmond Paleis (1560) kom je ook op Brussels beminnelijke pleintjes als eerst het parkachtige Kleine Zavel (‘zavel’ betekent zandgrond) met een imposant en trots beeld van de graven van Egmond en Hoorn (beiden werden hier in 1568 op last van de hertog van Alva onthoofd, weet u nog?) ...

... en iets noordelijker de Grote Zavel (Grand Sablon) waar onder meer een groot aantal beroemde chocolatiers clustert ... heel fijn. Op gezette tijden wordt hier een antiekmarkt gehouden, maar ook op dagen dat die er niet is, zijn er voldoende antiquairs te vinden.
200 keer Magritte
En dan natuurlijk het doel van deze reis: het Magritte Museum. Dit nieuwe museum bevindt zich in het enorme classicistische gebouw voor de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten. Bezoekers moeten eerst naar de kelder om daar de lift naar de bovenste etage te nemen waar de expositie feitelijk begint. Als bezoeker leg je steeds een U-vormig parcours af om steeds via de trap een etage te zakken.

Heel wat beroemde werken, zo’n 200, van deze internationaal vermaarde kunstenaar hangen hier. Het is zelfs de grootste collectie ter wereld van Magritte. Er is trouwens – niet helemaal handig – nog een Magritte Museum in Brussel aan de Esseghemstraat, maar dat exposeert in hoofdzaak hoe de communistische kunstenaar hier tussen 1930 en 1954 woonde.
Magritte kennen de meeste mensen wel van goed verkochte posters (mannen met bolhoeden) en niet zo lang geleden speelde een werk van hem een prominente rol in de Thomas Crown Affair, een romantische zwendelfilm. Magritte mag gerekend worden tot de beroemdste Belgische kunstenaars ter wereld. Zijn werk doet je al gauw wat, omdat je dingen ziet die verre van alledaags zijn en vaak perceptief niet kloppen. Zo is er het straatje waar de nacht duidelijk ingevallen is ...

... (L’Empire des Lumières), maar boven de daken prijkt een stralend blauwe hemel met witte wolken. In Le Salon de Dieu doet hij het omgekeerde met een vrijstaand huis, een tuin en bomen die duidelijk in de stralende zon baden, maar erboven projecteert hij een diep donkere nacht met een halve maan. Tamelijk bekend is ook de voorstelling van de schouw waar een minimodel locomotief uitsteekt. De rook gaat de schouw in. Tja ... een schilder heeft die macht realisme een draai te geven.
Magritte speelt met ongebruikelijke kleuren en met experimentele vlakverdelingen. Soms creëert hij beelden uit naargeestige dan wel onheilspellende dromen. Het lijkt of Magritte zijn publiek steeds wil wakker schudden met zijn surrealistische thema’s. Misschien is zijn beroemdste werk wel het schilderijtje van een pijp met daaronder de tekst ‘Ceci n’est pas un pipe’. Nee, het is de afbeelding van een pijp, zegt Magritte; de manier waarop Magritte een pijp ziet, maar nee, een pijp is het niet. Ik vind dat soort ‘grappen’ maar heel even leuk. Misschien schilderde Magritte voor mensen die niet nadenken.
Zijn doek La Clef des Songes (de sleutel der dromen) zet de hersenen goed aan het werk: er staan zes afbeeldingen op van een ei, een schoen, een bolhoed, een kaars, een glas en een hamer. Onder de voorwerpen plaatste hij respectievelijk de woorden de acacia, de maan, de sneeuw, het plafond, de storm en de woestijn. Het is het spel van Magritte. Dingen zijn niet wat ze lijken te zijn, roept hij de kijker door zijn hele oeuvre toe. Daarmee geeft de provocateur het kunstminnend establishment een ferme tik op de neus.
Het feit dat hij zijn vrienden vroeg om namen te verzinnen voor zijn werken (zo wordt verteld in de audiotoer) geeft mijns inziens ook uiting aan een soort minachting van ‘het’ publiek. Een indrukwekkend doek van een reusachtige, bijna eivormige rots met daarop een middeleeuws kasteel, zwevend boven een kustlijn van de zee, heet bij uitzondering Le Château des Pyrénées. Ook een rare titel, maar dat kasteel zien we tenminste ...
Of je nou wel of niet van deze ‘lolligheden’ geporteerd bent, Magritte was zeker een knap schilder en zoals gezegd, bijna elk doek doet iets met je. Bij mij overheerst het gevoel van ongemak, maar dat wordt afgewisseld met be- en verwondering. Het zullen echter vooral de symboliekadepten zijn, die aan dit museum een orgastisch genoegen zullen beleven.
Terug op de hotelkamer blijven we aan de ‘humor’ van Magritte herinnerd worden als we een kussen op het bed vinden met de tekst: ‘Dit is geen hoofdkussen’ en op de achterkant – we zijn in België – ‘Ceci n’est pas un oreiller’. Mocht je dit originele kussentje ‘per ongeluk’ meenemen in je bagage, dan kun je altijd zeggen dat het geen kussen is.
Pieter J. Bogaers
De Magritte-aanbieding van Sofitel Le Louise kost € 175,- per persoon (overnachting, ontbijt, surrealistische cocktail in de Crystal Lounge en entreekaartje voor de tentoonstelling). De aanbieding is geldig tot maart 2010. Het profiel van Le Louise is hier te vinden.








